4 januari 2022
Leestijd 5 minuten
Deel op social media
Hardslag3

Op de grens van leven en dood is kennis macht

Hematologie en oncologie vormen twee boeiende en belangrijke domeinen binnen de geneeskunde. Hierbinnen vinden namelijk een hoop nieuwe ontdekkingen plaats, en zijn deze eeuw veel nieuwe geneesmiddelen op de markt gekomen. Bovendien hebben deze domeinen veel overlap, aangezien veel soorten kanker (ook) betrekking hebben op het bloed. In zijn algemeenheid is er een tendens om steeds verder ‘’in te zoomen’’ als het aankomt op het behandelen van dit soort aandoeningen. Van weefselniveau (de tumor zelf), naar celniveau (welke eiwitreceptoren zijn op de cel aanwezig?), naar zelfs het niveau binnen deze eiwitten (welke mutaties bezitten deze in vergelijking met een gezond eiwit?). Ook de geneesmiddelen zijn een stuk verfijnder geworden.

Waar het voorheen vrijwel uitsluitend draaide om chemotherapie (krachtig maar niet heel verfijnd), hebben we nu revolutionaire therapieën zoals immunotherapie en de ‘’biologicals’’.

Dit soort middelen, waarvan de namen afhankelijk van de precieze werking eindigen op achtervoegsels als ‘’mab’’ of ‘’nib’’, bestaan uit complexere eiwitmoleculen. Hierdoor zijn deze selectief qua cellen die ze aanpakken en zo de interne communicatie in deze cel (de ‘’signaaltransductie’’) blokkeren zodat deze niet meer deelt. De nieuwe middelen zijn daarnaast wezenlijk anders qua bijwerkingen en hoeven over het algemeen minder vaak te worden gedoseerd omdat ze langer in het lichaam blijven.

Ook combinaties van therapieën komen regelmatig voor. De moderne ontwikkelingen hebben ook betrekking op de diagnostisering en afstemming van de therapie op de patiënt en diens specifieke soort kanker. Een voorbeeld is de keuze voor het middel imatinib bij patiënten waarbij het bcr-abl eiwit in hoge mate aanwezig is. En door farmacogenetica (het in kaart brengen van het genotype van de patiënt), kunnen behandelingen worden gekoppeld aan die patiënten die naar verwachting veel profijt en weinig bijwerkingen zullen ervaren. Het spreekt voor zich dat al deze ontwikkelingen samenhangen met een hoop nieuwe begeleidende informatie. Informatie die van groot belang is voor de patiënt.

Reeds sinds 2007 begeven we ons als Kindermedicijn B.V. op het vlak van informatieoverdracht, wat allemaal begonnen is met de Beeldsluiter. Sindsdien zijn er vele Beeldsluiters gevolgd, waaronder veel voor oncologische en hematologische geneesmiddelen. Deze tendens hebben we de laatste jaren steeds bewuster doorgezet. Zie bijvoorbeeld onze recente Beeldsluiter over Calquence. En zo staan er nog wel meer op de agenda! We brengen het geneesmiddel in beeld, en hébben daarbij de patiënt in beeld.

De patiënt, die zich geconfronteerd ziet met een aandoening met een grote impact op het leven. Er komt op zo’n moment een hoop op je af. Maar hoeveel daarvan komt ook écht binnen? Het antwoord op deze vraag zal verschillen per patiënt. Maar ik durf te wedden dat het zelden de 100% benadert. En dát is begrijpelijk. Het is goed voor de patiënt om er op een rustiger moment even goed voor te gaan zitten, de informatie terug te kijken in zijn/haar eigen tempo. De informatie stop kunnen zetten om het even te laten bezinken en echt te begrijpen wat er nou wordt gezegd. Als apotheker heb ik al vaak gezien dat een goede informatievoorziening van groot belang is om de patiënt vertrouwen te laten hebben in de behandeling. En dan heb ik in de praktijk nog niet eens te maken met de hematologische en oncologische geneesmiddelen. Bij die middelen zal de behoefte aan dit vertrouwen vermoedelijk alleen nog maar groter zijn.

Kennis is macht, dus kennis is ook ‘’minder onmacht’’. En dat laatste is zowel feitelijk als gevoelsmatig van groot belang. Een belang dat wij volledig onderschrijven!